image

Einde sectorale afwijkende opzeggingstermijnen vanaf 1 januari 2018!

In 2014 voerde het eenheidsstatuut nieuwe opzeggingstermijnen in om het verschil tussen arbeiders en bedienden weg te werken.

Voor bepaalde sectoren, waaronder PC 124 (bouw) en PC 126 (stoffering en houtbewerking), werd er echter een tijdelijke sectorale afwijking met specifieke kortere opzeggingstermijnen toegestaan tot 31 december 2017.

Daarnaast was er voor de arbeiders uit deze sectoren én die tewerkgesteld worden op tijdelijke en mobiele werkplaatsen ook een permanente uitzondering op de opzeggingstermijnen uit het eenheidsstatuut voorzien. Omdat het Grondwettelijk Hof geoordeeld heeft dat deze afwijking discriminerend is, mag ook deze uitzondering vanaf 1 januari 2018 niet meer toegepast worden.

Wanneer er tegen het einde van 2017 geen nieuwe specifieke opzeggingstermijnen uitgewerkt worden door de sociale partners of door de regering, dan zullen vanaf 1 januari 2018 de algemene opzeggingstermijnen van toepassing zijn. Deze opzeggingstermijnen zijn heel wat langer dan de afwijkende opzeggingstermijnen die momenteel voor de arbeiders van PC 124 en PC 126 toegepast mogen worden.

Voor werknemers aangeworven vanaf 1 januari 2014 zullen vanaf 2018 de normale opzeggingstermijnen die werden ingevoerd door het eenheidsstatuut van toepassing zijn.

Voor werknemers die reeds vóór 1 januari 2014 aangeworven werden, zal de opzeggingstermijn vanaf 2018 uit twee delen bestaan.

In stap 1 moet de opzeggingstermijn berekend worden alsof de werknemer op 31/12/2013 uit dienst zou gegaan zijn volgens de sectorale opzeggingstermijnen die van toepassing waren vóór de invoering van het eenheidsstatuut.

In stap 2 wordt de opgebouwde opzeggingstermijn vanaf 01/01/2014 berekend op basis van de opzeggingstermijnen die werden ingevoerd door het eenheidsstatuut. De anciënniteit van de werknemer wordt hierbij op 01/01/2014 fictief op 0 gezet. Om de uiteindelijke opzeggingstermijn te kennen, moeten de termijnen van beide stappen samengeteld worden.